over gevaren, getijden, wantij, waterhoogten,
vastlopen, droogvallen en verankeren
Het
wad is in beginsel niet gevaarlijk, zo begint de brochure geruststellend.
De auteur geeft in het eerste hoofdstuk kort de mogelijke gevaren
weer en welke veiligheidsmaatregelen daartegen zijn. In het tweede
hoofdstuk legt de auteur de structuur van het wad uit: de cyclus van
tweemaal per dag eb en vloed, het geulenstelsel van het wad en het
begrip wantij. 
In het derde hoofdstuk volgt uitleg hoe de getijden te gebruiken voor
het zogeheten "wantij-varen".
Hoe is het met je diepgang gesteld?
Voor wadvaren zijn de waterhoogten van groot belang. Daarom is hoofdstuk
vier over de waterstanden het belangrijkste in de brochure. Je
leert daar enkele rekentechnieken en trucs (zie de illustratie
rechts) waardoor je voor iedere plek en voor ieder moment kunt
vaststellen of je er nog met jouw diepgang kunt varen. Het hoofdstuk
vertelt je ook wat je nodig hebt aan tabellen en kaarten. Al met al
onmisbare stof voor (aspirant-)wadvaarders.
Mooie nachten op het wad
Vastlopen hoort bij het wadvaren, het is bijna nooit een ramp. Dat
staat in hoofdstuk 5 met de nodige tips. En droogvallen is volgens
hoofdstuk 6 heel mooi. Je leert daar hoe dat moet. Ankeren op het
wad (vaak ook nodig als 's zomers de havens vol zijn) levert volgens
hoofdstuk 7 op dat je ongekende mooie wadnachten meemaakt. Het hoofdstuk
legt uit hoe je het beste kunt ankeren.
|