over stroom, aanvaringen, bebakening, de kleur van het water, je eerste tocht en verantwoord gedrag op het wad


I n hoofdstuk 8 wordt het effect van de voortdurende stroom op het wad op het varen uitgelegd en hoe je aanvaringen kunt voorkomen met tonnen en havenhoofden.
Hoofdstuk 9 geeft informatie over de bebakening op het wad.
Hoofdstuk 10 legt uit hoe je het beloop van een geul wonderwel kunt volgen door op de kleur van het water te letten.
Kortom, weer veel praktische tips om je het wadvaren te veraangenamen.

Het wad is uniek en bloedmooi.
De wadvaart stelt zijn eigen eisen aan schepen. Niet ieder schip deugt voor het wad. Hoofdstuk 11 geeft informatie over de eisen aan een waddenschip.
Hoofdstuk 12 geeft tips voor je eerste tocht.
En het laatste hoofdstuk (13) gaat over verantwoord gedrag op het wad. "Het wad is uniek, bloedmooi, wilde natuur, vogels, zeehonden. Maar geen pretpark. Het wad moet met eerbied worden bevaren."